Geloof, geloof in jou en mij

Deze blog schreef ik ongeveer een jaar geleden, eind 2017. Mijn vriendin met kanker had het toen erg zwaar. Ik vroeg je om in jou en mij te geloven. Ik vroeg je hulp. Om te duimen, om te hopen, om te delen. Een jaar later is mijn vriendin overleden. Ik vraag weer je hulp, dit keer voor al die anderen: in Nederland heeft namelijk 1 op de 3 mensen met kanker te maken….  1 op de 3! Dat vraagt om geloof in jou en mij. Doe je weer mee?

Geloof. Geloof in jou en mij.

In deze periode, eind van het jaar en de start van een nieuw jaar, staan we wat vaker stil bij de mensen die we missen. Die zijn overleden.

We zetten lichtjes in de vorm van een hart in het middelpunt van Nederland. We denken terug aan die kanjer Tijn en hoe hij ons in 2016 rond deze tijd diep roerde.

We beseffen dat we moeten koesteren wat we hebben. Dankbaar zijn.
Realiseren dat gezondheid niet vanzelfsprekend is. Dat gelukkig zijn niet voor iedereen mogelijk is. En dat samenzijn niet voor iedereen is weggelegd.

In deze dagen voelen veel mensen ook sterker de aanwezigheid van een hogere macht. Een God of godheid. Een kracht. Iets…

Ik geloof niet in een God. Ik geloof in mezelf en in anderen. Ik geloof in jou en mij. En ik geloof dat je je kunt weren tegen wat je overkomt. Dat in iedere ramp die je meemaakt, kracht te vinden is. Iets wat je leert of oppikt waardoor je later kunt zeggen: het heeft me sterker gemaakt. Het heeft me iets waardevols gebracht. Het heeft mijn leven verrijkt.

Toch daagt mijn geloof, mijn vaste overtuiging me op dit moment erg uit…

Mijn lieve vriendin.
Mijn vriendin met kanker.
Longkanker.
Het gaat niet goed.
Ze is moe. Moe, doodmoe.
En benauwd. Doodsbenauwd.

Hoe hou ik vast aan waar ik in geloof?
Ik voel zoveel onmacht.
Boosheid.
Verdriet.
Keer op keer.
Iedere keer als we met onze neus op de feiten worden gedrukt.
De kanker is er steeds meer.
De kanker is steeds groter.
De kanker bepaalt.
De kanker vormt.
De kanker regeert.
De kanker speelt de baas.

Dit is veel te vroeg.
Veel te snel.
Veel te kort.
Veel te jong.
Veel te weinig.

Wie moet ik om hulp vragen?
Wie kan mij helpen hopen?
Wie duimt er mee?

Wie?

Ik vraag het jou.

Ik vraag je hulp.
Ik vraag je om te helpen hopen.
Ik vraag je om te duimen.

Doe je mee?

Like en volg Rollercoasterhero.nl!

Groot en sterk

Groot en sterk

Groot en sterk was je, pappa.
Toen ik een klein meisje was
Met Bart aan mijn zijde
Schommels duwde je tot in de hemel
En niks was je teveel
Op je nek zitten naar het Doe Maar concert in 1980
Vijf jaar oud en wat was ik trots
Wat waren we cool
Cool en modern was je
Achter de kinderwagen als trotse pappa
Dat was toen heel ongewoon
Geen kinderfeestje van ons miste je
En koken daar draaide je hand ook niet voor om
Alles deed je voor mij en Bart
De trappen op met Bart op je arm
Geen brug te ver
Om ons vooral maar lekker kind te laten zijn

Vader en zoon
Liefdevol voor je zoon Bart
Tot op de laatste dag
Toen Bart 30 jaar was
Sjouwen
Tillen
Er zijn
Bij leuke en zware momenten
Zonder jou
Was het beslist niet gelukt
Zo’n lang leven
Zo’n vol leven
Zo’n rijk leven
En zo’n volbracht leven

Vader en dochter
Jij en ik lijken op elkaar
Stevig, stoer en krachtig
Heldere visie, duidelijke mening
Gevoelig
Dat verbond ons vaak
Maar was soms ook scherp
Toch altijd met respect
Je hebt me veel geleerd
Over mensen
Over gevoelens
Over gevoelens verwoorden
Over anderen begrijpen
Als een echte vader
Dankjewel, pappa

Respect
De laatste tijd was de zorg voor jou veelomvattend
Je was moe, en benauwd
Je had genoeg aan jezelf
Je was vaak ook in de war
De meest fantastische zaken kwamen voorbij
De cirkel was al even rond
Het was klaar
Het is klaar
Het is goed
Het is klaar en het is goed
Ga maar

Buiging
Je broers, je zus en je schoonzusjes hebben veel geholpen
En de zorgverleners ook iedere dag
Maar er is behalve jijzelf één die jou vooral zo ver heeft gebracht
Liefdevol
Engelengeduld
Zorgzaam
Voor haar maak ik
En ik hoop velen met mij
Voor haar maak ik
alleen maar een hele, hele
diepe buiging
en zeg ik dank mamma,
Dankjewel.

Like en volg Rollercoasterhero.nl!

Eindstation

wachter

Eindstation

Ter•mi•naal (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)
Aflopend (met de dood); eind-, slot-: de terminale fase van een ziekte; terminaal ziek

Terminaal

Ik lees de woorden. Zo objectief. Zwart op wit. De klemtoon ligt op de aa van naal. Is het mannelijk of vrouwelijk? Nee, definitely onzijdig, want het kan iedereen treffen: man, vrouw, kind, oma, broer, je kat of konijn. Maar het klinkt als een vrij korte periode, vlak voor de dood. Maar wat als het lang is? Langer. Wat als terminaal jaren lang duurt?

Krachtpatser

Mijn vader had ernstige COPD. Het leek erop dat hij vanuit de diagnose meteen in de laatste categorie terecht kwam. Heel weinig zuurstof nog in zijn lijf. Mijn sterke vader, groot en mentaal een krachtpatser, werd langzaam opgegeten door iets wat zo klein is dat je het niet eens kunt zien.

1000 keer doodgaan

Mijn vader is niet ineens gestorven, hij stierf 1000 keer. Sinds de diagnose in 2011, is de dood een paar keer heel dichtbij geweest. Maar de krachtpatser zette door. Toch was de man die op 28 januari 2015 stierf, mijn vader niet meer.

COPD

COPD breekt je af. Je bent ‘moeier dan moe’, benauwd, je hebt het gevoel dat je stikt, hebt pijn en door de langdurige medicatie en pijnbestrijding kun je een delier krijgen. Plotselinge verwardheid. Waanbeelden, hallucinaties.

Ik zie mijn vader nog op bed liggen, hij zat van een rijpe peer te genieten (dat dacht hij tenminste). Hij ving de druppels van de sappige peer op met zijn handen en er viel een glad stukje peer op zijn shirt. Het glibberde uit zijn vingers, toen hij het pakte. Ook hield hij zijn hoofd naar boven als de peer zijn mond in ging om geknoei te voorkomen. Het was echt waar levensecht….en een fijne delier.

Weg ermee!

Want er kwamen ook genoeg inbrekers, criminelen, miljoenen insecten, kabouters met rode puntmutsjes die door en door slecht waren en tig al dode mensen (bekenden en onbekenden) voorbij. Deze doden kwamen dan of even gezellig op bezoek of ze kwamen heel onheilspellend, stilzwijgend bij hem zitten loeren.
En dan niet eventjes, soms duurt een delier dagenlang… voor ons reden om die onbekenden weg te sturen, het huis uit te zetten. Weg ermee!

Waanbeelden

Mijn vader wist als de delier voorbij was, meestal niks meer van zijn waanbeelden. Dat gaf mij troost. Het belastte hem in ieder geval niet. Maar de signalen over verlies van kwaliteit van leven kwamen dus ook niet bij hem door.

Schim

Stukje bij beetje werd de ziekte groter en mijn vader kleiner. Een schim van mijn vader, mijn beeld van hem, zag ik af en toe nog. Maar de momenten zeldzamer en korter. De kerst voor zijn overlijden heb ik nog een uur met hem gepraat. Met mijn vader, niet met die zieke, egocentrische, oude, hulpbehoevende man, patiënt. Een vader en dochter gesprek over het leven, de zin en onzin ervan. Een herinnering die ik enorm koester.

Dood

De dood trad toch nog rustig en natuurlijk in in het omhulsel van mijn vader. Een lichaam waar zijn ziel al lang van weg was. Eindelijk, na vier jaar ‘eindstation’.

Like en volg Rollercoasterhero.nl!